In de serie Expertise geven we aandacht aan de verschillende expertises die De Twentse Zorgcentra in huis heeft. Eén voor één worden de diverse groepen behandelaren voorgesteld. In deze editie staan de gedragskundigen centraal.

Lees verder

De cliënt door en door begrijpen

“Wie is deze cliënt? Wat kan hij of zij, wat zijn de mogelijkheden en wat de beperkingen? En hebben we de behoeften goed in beeld? Met die vragen houden wij ons dagelijks bezig.” Aan het woord is Marina. Ze is sinds 2016 gedragskundige bij De Twentse Zorgcentra en doet haar werk met passie. Dat geldt ook voor Susan. Ook zij is gedragskundige. Susan werkt hier sinds 2018 en houdt van de complexiteit van haar werk.

Marina en Susan leggen uit wat het werk van gedragskundige bij De Twentse Zorgcentra precies inhoudt. Ze doen het woord namens de pakweg dertig gedragskundigen die onze organisatie rijk is.

Samenwerken met begeleiders

“Marina noemde het al: een gedragskundige kijkt naar de cliënt in de breedste zin van het woord. Dat is belangrijk, want zo kan een gedragskundige – samen met begeleiders, andere behandelaren en verwanten – bepalen hoe een cliënt het beste begeleid en ondersteund kan worden. Marina: “Wij onderzoeken hoe we het leven van een cliënt zo mooi mogelijk kunnen maken. Want daar gaat het om. Dat betekent ook iets voor de begeleiders, want zij gaan dagelijks met de cliënt om.”

En dus coacht een gedragskundige de begeleiders: ze krijgen handvatten en leren om op een goede manier om te gaan met de mogelijkheden en beperkingen van een cliënt. Ook leren begeleiders van de gedragskundigen hoe ze kunnen aansluiten bij de behoeften van een cliënt en hoe ze zijn of haar omgeving zo goed mogelijk kunnen inrichten.

24 uur per dag bereikbaar

Voor elke cliënt die bij de organisatie woont en/of werkt, is er een gedragskundige. Marina, Susan en hun collega’s hebben allemaal hun eigen woon- en dagbestedingsgroepen. Ze letten dus op alle cliënten die daar wonen of werken.

Voor elke cliënt die bij de organisatie woont en/of werkt, is er een gedragskundige. Marina, Susan en hun collega’s hebben allemaal hun eigen woon- en dagbestedingsgroepen. Ze letten dus op alle cliënten die daar wonen of werken.

Maar dat is niet alles, want gedragskundigen doen nog veel meer. Ze overleggen met andere behandelaren, zoals de arts, de ergotherapeut en de logopedist. Ze spreken veel met (persoonlijk) begeleiders en met cliënten. Ze observeren op de groep, doen mee met teambesprekingen op de groep en praten natuurlijk geregeld met hun vakgenoten, de andere gedragskundigen. Susan: “Ook ’s avonds, ’s nachts en in het weekend is er een gedragskundige bereikbaar. We zorgen er met elkaar voor dat we 24-uurszorg leveren.”

Goed gehecht

Een van de werkzaamheden die nog niet is genoemd, is kennisoverdracht. Bijvoorbeeld in de vorm van scholing. De gedragskundigen stonden aan de wieg van de ondersteuningsprogramma’s waarover John Keunen vertelt in zijn interview. Ze werken ook mee aan de basisscholing die alle medewerkers gaan volgen of al hebben gevolgd. Én zijn trainer van deze scholing.

“De scholing staat echt stil bij de basis”, legt Susan uit. “We hebben het niet alleen over termen en de methodieken LACCS en Triple-C, maar kijken met elkaar naar waar het allemaal mee begint: de hechting. We vragen deelnemers stil te staan bij hun cliënten en de vele begeleiders die zij in hun leven hebben gezien. Want dat heeft invloed op de hechting van cliënten. Een goede hechting is belangrijk voor de ontwikkeling en voor het omgaan met stress.”

Marina benadrukt hoe belangrijk de rol is van de begeleider en hoe belangrijk onvoorwaardelijke aandacht is. Ze vult aan: “Veel van onze cliënten hebben een verstoorde hechting. Als begeleider is het goed om te weten welk gedrag dat kan veroorzaken. Nog belangrijker is dat een begeleider weet hoe hij of zij die stress bij een cliënt weer kan reguleren of ombuigen.”

Zou het ook anders kunnen?

Susan heeft veel plezier in het geven van de basisscholing. Susan: “Mijn rol is voor een groot deel het stellen van vragen. Zo hoop ik dat wat deelnemers hebben geleerd, gekoppeld wordt aan hun dagelijkse werk. En dat medewerkers nadenken over waarom ze nu op een bepaalde manier werken en hoe het ook anders zou kunnen.” Susan vindt met name de Meesterproef een waardevol onderdeel van de basisscholing. “Het is fijn om na die tijd te horen wat al het leren heeft opgeleverd in de praktijk”, glimlacht ze.

Hart voor het werk

Hoewel een gedragskundige op veel plekken kan werken, koos Susan bewust voor de gehandicaptenzorg. “Ik ben langdurig betrokken bij een cliënt, dat vind ik fijn. We werken multidisciplinair, in een 24-uursomgeving en vaak is het werk complex: dat ligt mij goed. Ik word er vooral blij van als we met een team hetzelfde doel en perspectief hebben, en dat het op termijn ook echt beter gaat met de cliënt.”

Ook Marina – die in haar leven bij veel organisaties gewerkt heeft – houdt van haar werk en de zorg voor cliënten. “Ik hou van de oprechtheid en de puurheid van mijn cliënten. Mijn hart ligt echt bij de zorg voor mensen met een beperking.”

Wat is het verschil?

Gedragskundigen en gedragswetenschappers: zijn het dezelfde beroepen? Marina legt het uit: “Gedragskundige en gedragswetenschapper zijn dezelfde beroepen. Je kunt het worden als je psychologie of orthopedagogiek aan een universiteit hebt gestudeerd.”

Like dit artikel | 4

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden