Jolande vertelt hoe moeilijk het was om contact te houden met haar zus Annemieke.

Lees verder

‘Ik heb er zelf voor gekozen om niet meer te beeldbellen’

Stel, je zus woont bij De Twentse Zorgcentra. Je bent gewend om haar regelmatig te bezoeken. En andersom rekent je zus erop dat je zo nu en dan langskomt. Dat dit door het coronavirus ineens niet meer mogelijk was, was niet makkelijk voor de cliënten én hun familie.

Jolande: “Mijn zusje Annemieke was nog geen drie jaar oud toen ze griepverschijnselen en ook koortsstuipen kreeg. Dit bleken achteraf geen koortsstuipen te zijn, maar epileptische aanvallen. Het was zo ernstig dat haar hersenstam was aangetast. Annemieke werd opgenomen in het ziekenhuis en van daaruit overgebracht naar de LosserHof. Ze woont er nu bijna vijftig jaar.

Beeldbellen

Mijn broer en ik bezoeken Annemieke elk één keer in de maand: de een op de eerste en de ander op de derde zondag van de maand. Mijn ouders deden dit ook en na hun overlijden hebben wij dit schema doorgezet.


Door het coronavirus was het ineens niet meer mogelijk om Annemieke te bezoeken. Dat was vreemd en ook lastig. De eerste keer dat we gingen beeldbellen, zag ze mij op de tablet; een heel nieuwe ervaring. Annemieke praat erg slecht, maar zingen kan ze als geen ander. En dus zijn we samen gaan zingen. Op een gegeven moment keek ze tussen de jaloezieën door of ik in de buurt was. Daarna keek ze weer naar de tablet. Ze had wel in de gaten dat ik het was, daar op de tablet, maar ze wist niet wáár ik was.

Onduidelijk

De hele coronasituatie was verwarrend voor haar. Ze begreep niet waarom ze niet van het terrein af mocht. Ze ging niet meer naar dagbesteding en mocht niet meer paardrijden. Dit alles zorgde ervoor dat het beeldbellen de tweede keer niet zo goed ging. Ons gesprek duurde maar kort. Annemieke werd opstandig en rende naar buiten.


Ook de derde keer was het beeldbellen geen succes. Het was haar verjaardag en ik zou haar bellen tijdens het koffiemoment. Maar toen ik haar belde, was de koffie er nog niet. Het was zo onduidelijk voor haar, dat ze haar begeleider probeerde te slaan.


Na deze derde keer heb ik er zelf voor gekozen om niet meer te beeldbellen. Het maakte de situatie voor haar niet makkelijker; eerder het tegenovergestelde. Wel had ik contact met begeleiders, kreeg ik appjes en foto’s van leuke activiteiten en las ik haar online zorgdossier.

Zwaaien

Ik vond het erg moeilijk dat deze afstand er was. Niet alleen omdat ik Annemieke niet meer zag, maar ook omdat ik nauwelijks overzicht had. Haar epilepsie was vóór corona al toegenomen en dat vond ik eng. En wat als zij ziek zou worden door het virus?


Begin juli heb ik Annemieke voor het eerst sinds maanden weer gezien. Ik mocht niet naar binnen maar gelukkig was het buiten droog en konden we in de tuin zitten. Voor haar was dit ingewikkeld: we kregen buiten koffie terwijl ze haar koffie altijd binnen drinkt. Ze stond een paar keer op en tuurde door het raam naar binnen. Nadat ik wat chips tevoorschijn had gehaald ging het goed. Ze bleef zitten, was vrolijk en lachte veel. Ik kon merken dat ze het echt leuk vond dat ik er was. Na een uur wilde ze naar binnen en ging ik weer weg. Toen ik wegreed met mijn auto keek ik nog even naar haar raam. Daar stond ze te zwaaien, tussen de jaloezieën door.”

Like dit artikel | 150

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden