‘Ze hoefden niet meer weg en daardoor was er minder druk’

Harry werkt op Hilverbeek 1 in Almelo. Daar begeleidt hij een groep van tien bewoners die op de woonlocatie elk een eigen appartement hebben. Hij was aan het werk toen bekend werd dat de woongroep en de dagbestedingslocaties dicht moesten.

Harry, hoe ging dat, die eerste dag?

Harry: “We moesten natuurlijk snel schakelen. Het was weekend; veel bewoners logeerden bij hun ouders. We hebben toen gebeld met alle ouders en de situatie uitgelegd. Vijf gezinnen kozen ervoor om hun kind thuis te houden. Een lastige beslissing, omdat het onbekend was hoelang deze maatregel zou duren. Spannend ook, want zouden de ouders dit aankunnen? Gelukkig ging het bij iedereen best goed.”

De dagbesteding was ook gesloten; wat deden jullie overdag met de bewoners?

“Met name in het begin moesten we zelf creatief zijn omdat er vanuit de organisatie nog niks bedacht was: de maatregel kwam immers van de een op de andere dag.


We maakten een schema voor de vijf overgebleven bewoners. De bedoeling was dat ze elke ochtend hun taken deden, zoals het schoonmaken van hun appartement. Daarna deden we een soort van dagbesteding. Eerst werkten we met z’n allen in de tuin. Maar dat was op een gegeven moment wel klaar. Daarna deden we activiteiten als stoeptekeningen maken, tekeningen maken voor bejaarden in de buurt, knutselen of auto’s wassen. De feestdagen, zoals Moederdag en Vaderdag, waren een mooie aanleiding om iets speciaals te maken.


Toen het weer toegestaan was om in kleine groepjes eropuit te gaan, zijn we gaan wandelen en fietsen. We hebben alles samen met de bewoners bedacht. Ze mochten zelf zeggen wat ze die dag wilden doen. Een aantal was daar erg goed in. Anderen hadden er hulp bij nodig.”

Wat werd er door de organisatie georganiseerd?

“De activiteiten van de organisatie kwamen wat later op gang maar waren enorm leuk. We kregen een concert in de tuin, er zijn pannenkoeken gebracht, er was een tuinfeest en bewoners konden online bingo spelen. Ook de therapeut van de bewoners was actief. Ze zette twee dagen in de week een wandeling uit. Hier waren ook opdrachten aan gekoppeld, zoals het opschrijven van automerken die je tijdens het wandelen tegenkwam.”


Hoe was het voor de bewoners om niet naar dagbesteding te hoeven?

“Ze hoefden niet meer weg en daardoor was er minder druk. Er was ruimte voor gesprekken met elkaar en met ons als begeleiders. En het was rustig in huis, omdat de helft van de groep weg was. Met mooi weer konden we buiten zitten en met activiteiten bezig zijn.


Hoewel corona en alle maatregelen best onduidelijk waren voor de bewoners, was de sfeer goed. Ik ben echt trots op hoe ze ermee zijn omgegaan. Natuurlijk misten ze de dagbesteding wel. Het sociale aspect maar ook het gebrek aan structuur. Het is gezond om niet de hele dag op de groep te zijn of in je appartement te zitten. Dagbesteding zorgt voor een fijne onderbreking van de dag.”

Wat heb jij als prettig ervaren in deze periode?

“Ik vond het heel mooi dat ik de bewoners door de vele gesprekken op een andere manier leerde kennen. Omdat er vijf bewoners waren en ze overdag niet weg hoefden, was er meer tijd. En dus ook meer diepgang.


Ook onderling praten ze meer. Ze zien elkaar niet alleen tijdens de gezamenlijke momenten, zoals vóór corona, maar drinken nu ook samen een kop koffie in de tuin. Dat is erg mooi om te zien.”

Like dit artikel | 150

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden