Van begeleider dagbesteding naar begeleider wonen

Jennet en Dick gingen terug naar de woongroep

Lees verder

Jaren geleden maakte zowel Jennet als Dick de keus om het werk op de woongroep achter zich te laten. Ze gingen daarna als begeleider op dagbesteding werken. Maar toen kwam de coronacrisis en moesten ze toch weer op een woongroep aan de slag. Ze vertellen hoe deze verandering voor hen was.

Jennet, medewerker dagbesteding op de LosserHof, werkt vanwege de coronacrisis op de Rondweg 30

Jennet: “Toen tijdens de persconferentie in maart gezegd werd dat de scholen dichtgingen, voelde ik ‘m al aankomen. En ja hoor; nog dezelfde avond kreeg ik een mail waarin stond dat ook de dagbestedingslocaties de deuren sloten. De volgende dag ging ik net als anders naar mijn werk en heb ik het lokaal gepoetst. Daar had ik nu mooi de tijd voor. Daarna ging het snel, want nog diezelfde week werd ik ingedeeld bij een woongroep waar personeelstekort was. Ondanks dat ik meer dan twaalf jaar op een groep had gewerkt, is dat toch al zo’n tien jaar geleden. Het was dus echt weer wennen. Maar ik werd meteen goed opgenomen door de groep en behandeld als volwaardige collega.

Dagbesteding thuis

Het is leuk om op een andere manier met cliënten bezig te zijn dan via dagbesteding. Het is ook mooi dat ik mijn ervaring mee kan nemen naar dit jonge team van collega’s. Ik leer van hen maar zij leren ook van mij. Natuurlijk ook als het gaat om dagbesteding. De cliënten konden niet naar dagbesteding toe, dus organiseerden we dit op de groep. Wat ik normaal gesproken op de Hoek met cliënten doe, kon ik nu op de groep doen. Denk aan het afhalen van dopjes en het vouwen van doosjes.


Het verbaasde mijn nieuwe collega’s dat sommige van de cliënten dit werk willen doen en ook kúnnen doen. Ik vind dat mooi; ik probeer cliënten altijd zover te krijgen dat ze het in ieder geval proberen. Vaak kunnen ze meer dan zijzelf of dan de begeleiders denken. Een extra voordeel is dat collega’s nu een beter beeld hebben bij wat cliënten op dagbesteding doen.

Kamperen met de groep

Natuurlijk waren de maatregelen vanwege de coronacrisis pittig. Zeker in het begin. De bewoners mochten niet naar huis en geen bezoek ontvangen. Dat gaf verdriet en boze buien. Een cliënt stuurde een mail naar Rutte met de vraag wanneer de LosserHof weer open mocht voor bezoek. Gelukkig zorgde de organisatie voor leuke activiteiten. Zo kregen we een pakket waarmee we iets konden bakken, bezorgde de uitleen een gezelschapsspel en kregen we een heus tuinconcert. Ook de online bingo op de vrijdagavond, mét prijs, is een groot succes. Voor de zomervakantie zijn allerlei coronaproof-activiteiten georganiseerd. Leuk toch, om met de groep een tent te huren voor een dag, zodat we een beetje kunnen kamperen!

Einddatum

Werken op de groep doe ik zeker niet met tegenzin, maar toch is het fijn dat er een einddatum is. Op 1 oktober gaan de dagbestedingslocaties hopelijk weer open. Dat vind ik prettig en het is ook beter voor de bewoners. Ze leven nu dicht op elkaar en dat zorgt voor irritaties. De een is wat dwangmatig, de ander maakt veel lawaai; het is daarom fijn én gezond als je overdag naar je werk kan.”

Dick, medewerker dagbesteding op de LosserHof, werkt vanwege de coronacrisis op Ledeboer 5

Dick: “Ineens stopte mijn werk op de dagbesteding, maar gelukkig kon ik binnen twee weken aan het werk op een woongroep. Erg leuk, want ik heb vroeger lang als begeleider op een groep gewerkt. Eén bewoner van de groep waar ik nu werk, ken ik al sinds 1997. Ja, ik hoor bij de oudgedienden; ik ben inmiddels 64 jaar en werk al bijna 36 jaar bij De Twentse Zorgcentra.


Natuurlijk is het wel weer wennen. Bij dagbesteding werk ik alleen overdag en begin ik om negen uur. Nu draai ik alle diensten mee, en soms moet ik dan om zeven uur in de ochtend beginnen. Daarnaast is het werk op de groep zwaarder dan op de dagbesteding. De eerste dag begon ik heel actief met het in bad doen en aankleden van cliënten. ’s Avonds was ik zo stijf als een plank.

Interactie met collega’s

Als begeleider op de groep maak ik veel meer mee van de cliënten. En dat vind ik mooi. Ik zie hoe het reilen en zeilen op de groep gaat, hoe de bewoner op de groep functioneert en hoe hij of zij met familie omgaat. Dat heeft me altijd al geïnteresseerd maar nu maak ik het van dichtbij mee. Dat is anders op dagbesteding, waar ik de cliënten van negen tot vier zie.


De interactie met het team vind ik ook fijn. Als er iets gebeurt op de groep, praten we er direct over als team. Je kunt het zo sneller oplossen en afsluiten. Dat is anders bij mijn werk op de dagbesteding, waar ik zelfstandig werk op mijn eigen groep.


Ik denk dat mijn nieuwe collega’s blij met me zijn. Ik ben er graag, ik zie heel veel en pak snel dingen op. En ik probeer ook mijn ervaring over te brengen. Zo is het voor cliënten erg belangrijk dat de begeleiding consequent is en op één lijn zit. Als team moet je weten wat de afspraken met cliënten zijn, zodat iedereen hetzelfde zegt en doet. Dat geeft duidelijkheid. Maar met zo’n groot team is dit best lastig. Dit is een groot verschil met werken op de dagbesteding, waar veel minder cliënten en collega’s zijn.

Gezelligheid

Ik vind deze tijd op de groep ontzettend leuk. Het is fantastisch om de kant van de woongroep weer eens mee te maken; de collega’s, de gezelligheid, de interactie met bewoners. Het is daarom een gek idee om over een tijdje weer op de dagbesteding te werken. Maar zo is het nu eenmaal. Ik sluit straks de periode hier af en pak de draad weer op bij de dagbesteding. Ik kijk terug op een ontzettend leuke tijd.”

Like dit artikel | 150

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden