De dagbesteding was dicht, bezoek mocht niet meer komen en begeleiders die in de risicogroep vallen konden niet meer op de groep werken: voor cliënten waren de gevolgen van de coronacrisis groot. Wat vinden zij zelf van de coronacrisis?

‘Dat is wel jammer, maar het is niet anders’

Begin juli mocht Johnny zijn twee dochters voor het eerst sinds februari weer zien. Normaal gesproken ziet Johnny zijn dochters eens in de zes weken, maar dat kon niet meer toen de locatie vanwege het coronavirus op slot ging. “Je vond het heel moeilijk dat je ze niet meer mocht zien, toch?”, vraagt zijn begeleider Martijn. Johnny knikt. “Lisette en Mandy heten ze”, vertelt hij. Om toch contact te houden, kreeg Johnny een Skype-account. Zo kon hij zijn dochters spreken én zien. Wat voor Johnny ook stopte was de fitness. Hij mocht daar niet meer naartoe. Johnny: “Dat is wel jammer, maar het is niet anders. Ik ga er niet over klagen.”

Geen haast

Over de andere maatregelen is Johnny best te spreken. Begeleiders die vanwege hun gezondheid niet meer op de groep mochten werken, werden vervangen door medewerkers die normaal gesproken op de dagbesteding werken. Dat waren bekende gezichten voor de cliënten en waardevolle aanvullingen voor het team.


De dagbesteding veranderde voor Johnny maar een klein beetje. Martijn legt uit dat de dagbestedingslocaties dichtgingen, maar dat ze als woongroep een werklokaal op het terrein mochten gebruiken. “Zo konden we met bijna alle bewoners van ons huis toch op een andere plek dagbesteding hebben. Dat was erg fijn, omdat het duidelijk was wanneer er gewerkt werd en wanneer het tijd was voor ontspanning.” Volgens Martijn pakte dit bijzonder goed uit, ook voor Johnny. “Er was ’s ochtends minder haast dan anders. Als we een keer wat later waren, dan was dit niet erg. We gingen mee in het tempo van Johnny en de andere bewoners. En dat wij als begeleiders meegingen vonden ze grappig en interessant.”

Langer opblijven

Als positief punt noemt Martijn ook de bedtijden van Johnny en de anderen. Martijn: “Omdat de diensten van de begeleiders verlengd werden, konden sommige cliënten langer opblijven. Dat was echt fijn voor hen.”

Martijn vindt het een voordeel dat Johnny op een instellingsterrein woont. “We mochten vanwege corona niet met de bewoners van het terrein af, maar het terrein is groot. We konden dus veel naar buiten met de bewoners, op een veilige manier”, zegt hij. Johnny vertelt dat hij veel met de scootmobiel naar buiten is geweest.


Voor Johnny was het vooral moeilijk dat hij tijdens de coronacrisis zijn dochters niet in het echt mocht zien. Over de rest is hij positief. Als voetbalfan miste hij zelfs de voetbalwedstrijden niet, omdat er genoeg herhalingen op televisie te zien waren. “Ik ben geen moeilijk persoon”, zegt hij.

‘Ik vond dat ik ervan mocht genieten dat ik even niets hoefde te doen’

“Ik vond corona verschrikkelijk! Alles stond stil; ik kon niet meer naar mijn werk en niet meer naar mijn vriend Kaj”, roept Tanimara. Ze vond het heel erg dat ze door de coronamaatregelen geen leuke dingen meer kon doen. Ze heeft haar vrijheid het meest gemist. Tanimara: “Gewoon even het dorp in om te winkelen, op een terrasje zitten met de andere bewoners of met vrienden. Of even naar Kaj om te knuffelen.” Tanimara woonde een paar jaar samen met Kaj. Maar toen liep ze vast. Ze kreeg hulp en kwam terecht in het huis aan de Sportlaan in Losser. Daar woont ze inmiddels anderhalf jaar. En ze heeft het er erg naar haar zin. “Van de begeleiding krijg ik een goed gevoel over mezelf. Ik oefen om met mijn emoties om te gaan, en dat gaat steeds beter”, legt ze uit.

Muziek op afstand

Voor Tanimara was de coronatijd niet leuk, maar ze ontdekte ook dat het haar goeddeed. “Voor mijn gevoel heb ik nooit rust gehad in mijn leven. Ik moest altijd doorgaan van mezelf. En toen kwam corona. Ik ging in een stoel zitten en vond dat ik ervan mocht genieten dat ik even niets hoefde te doen.”


Ze genoot ook erg van het optreden van Toon. Tanimara: “Toon kwam naar ons huis en maakte muziek op afstand. Hij speelde accordeon en het was echt prachtig. Toen ik een nummer mocht aanvragen, koos ik voor het nummer ‘Ze huilt maar ze lacht’ van Maan. Het raakte mij, omdat het gaat over het positieve uit het leven halen.” Tanimara en de andere bewoners vergaten corona even, dankzij Toon.

Goed in haar vel

Tanimara was in het begin bang om ziek te worden door het coronavirus, maar later niet meer. Nu vindt ze het vooral verdrietig voor haar medebewoners dat er nog steeds maatregelen zijn. “Veel van hen snappen het niet. Ze snappen niet waarom ze niet weg mogen en ze missen hun familie. We proberen samen om positief te blijven, maar dat is niet altijd makkelijk”, vertelt ze. Gelukkig gaat het sinds de versoepelingen iets beter met iedereen. En ook Tanimara zit best goed in haar vel. Ze is zelfs gaan wandelen met een bewoner die in een rolstoel zit. “Dat durfde ik nooit, maar toen we weer naar buiten mochten om te wandelen, ben ik zo het bos in gegaan met haar”, lacht ze.

Mooi geweest

Tanimara merkt ook dat ze nu meer emotie ziet bij anderen. “Dat komt vast omdat we de hele dag samen zijn”, verklaart ze. “Ik help de andere bewoners nu ook een beetje. Dan haal ik koffie als ik zie dat iemand het zwaar heeft.” Dankzij de versoepelingen mag ze Kaj inmiddels weer zien. Tijdens de lockdown zag en sprak Tanimara hem alleen via beeldbellen. Nu bezoekt ze hem drie keer in de week. Naar dagbesteding kan ze nog niet. Maar Tanimara hoopt dat dit ook snel weer mogelijk is en dat ze naar de LosserHof kan voor haar werk bij de papierschepperij en de assemblage. Want ook al is het thuis rustig en slaapt ze veel uit, inmiddels vindt ze het ook wel weer mooi geweest.

‘Ik miste de sociale contacten’

Carlo woont in Tubbergen. Drie dagen per week stapt hij ’s ochtends op zijn fiets en in een paar minuten is hij dan bij de plek waar hij werkt: recreatiepark ’n Kaps. Daar werkt hij bij de Groenderij in de groenvoorziening. “Ik heb een aantal vaste taken. In de zomer hou ik het zwembad schoon, ik doe klein onderhoud en ik help collega’s met de rommel opruimen”, legt Carlo uit.


Toen de coronacrisis kwam, lag alles ineens drie maanden stil. Carlo: “In de winter doen we groot onderhoud. Voor juni zijn we daar klaar mee, want dan beginnen de vakanties. Nu konden we niet werken van half maart tot half juni. Al het onderhoud bleef dus liggen.” Omdat Carlo in de buurt woont, wandelde hij tijdens de crisis weleens langs het park en keek dan naar zijn werkplek. “Het was een puinhoop”, zegt hij. “Het gras was hoog en er zat veel onkruid tussen.”

Contact via groepsapp

Naast zijn baan bij de Groenderij, werkt Carlo twee dagen per week als conciërge op een basisschool in Tubbergen. Ook de school was gesloten vanwege corona. “Ik heb wel wat hobby’s dus in het begin vond ik het niet erg dat ik niet kon werken”, legt hij uit. “Ik hou van films maken en daarvoor ga ik graag met mijn camera op pad. Maar ik kon nergens binnen filmen want alles was dicht.” Carlo ging ook regelmatig naar zijn vader. Dan fietsten ze samen en gingen ze naar de winkel. Ook heeft hij zijn appartement eens goed schoongemaakt. “Maar”, zegt hij, “het begon toen al snel te vervelen. Ik miste de sociale contacten op mijn werk, het gezellig kletsen met elkaar.” Hij vond het fijn dat hij contact had met zijn collega’s van de Groenderij via een groepsapp. Carlo: “Af en toe vroegen we elkaar hoe het ging.” Ook collega’s van zijn werk op de basisschool belden hem soms om te vragen hoe het met hem was.

Nieuwe regels

In juni hoorde Carlo dat hij weer bij de Groenderij mocht werken. Carlo: “Dat was wel weer fijn en het was hier ook hard nodig.” Volgens hem is het wel even wennen om te werken volgens de nieuwe regels: “We hielden altijd samen pauze, dus ook met de vaste medewerkers van het park. Dat kan niet meer. We zitten nu apart.” Carlo moet daarnaast zijn handen vaker wassen en anderhalve meter afstand houden.


Bij de basisschool heeft hij sinds de crisis niet meer gewerkt. “Ik kan nog niet aan de slag, omdat het daar lastig is om afstand te houden”, vertelt hij. Hij hoopt dat hij in september weer op de school kan beginnen. Carlo: “Ik ben blij als alles weer een beetje normaal is.”

‘Ik heb mijn oma geleerd hoe ze moet beeldbellen’


Normaal gesproken gaan alle negen bewoners van de Mekkelholtsweg 144 – 148 in Enschede overdag naar hun werk. De begeleider die slaapdienst heeft, zwaait ze dan uit en aan het eind van de middag is er een andere begeleider om ze op te vangen. Maar toen kwam corona en zaten alle bewoners van de een op de andere dag thuis. 24 uur per dag. Dat was niet makkelijk, maar het ging best goed, zeggen Mayke en Lisa.

Huishouden

De dames en hun medebewoners maakten zich in en rondom het huis nuttig. Ze zorgden er bijvoorbeeld voor dat de tuin weer mooi werd. “En ik heb dat bankje geschilderd”, zegt Mayke, terwijl ze wijst naar een blauw bankje met steentjes erop. Lisa: “We hebben ook het huis schoongemaakt.” Dat was nodig omdat de schoonmaakster vanwege corona niet meer kon komen. En dus draaide iedereen mee in het huishouden. ’s Morgens moesten ze schoonmaken en ’s middags was het tijd voor leuke dingen.

Hoogtepunten

Die leuke dingen waren er volop. Als groep deden ze veel spelletjes, vooral Rummikub. “En we doen bijna elke dag Diamond Painting. Daar ben je heel lang mee bezig”, legt Lisa uit. Voor Mayke is de bingo op vrijdagavond een mooi moment. “Ik heb een keer gewonnen! Toen werd er een doos chocola bezorgd”, zegt ze trots.


Ook vertellen Lisa en Mayke enthousiast over de tuinoptredens. “Hans kwam. Hij is een bekende van mij van het circus waar ik werk. Hij maakte muziek op een zelfgemaakt muziekinstrument,” vertelt Mayke. “En Anneke kwam langs om pannenkoeken te bakken. In een varkenspak,” zegt Lisa lachend. Ook de patatkraam op het tuinfeest was een hoogtepunt.


Lisa en Mayke vertellen dat de begeleiding soms voor grote verrassingen zorgde. Lisa: “In het begin van de coronatijd, toen er geen bezoek mocht komen, had de begeleiding iets bedacht voor de mensen die jarig waren. Ze hadden ervoor gezorgd dat er allemaal familie van de jarige langs het huis reed en toeterde.” Lisa is zelf jarig in juni en gelukkig mocht bezoek toen wel weer komen. “Mijn zus en mijn nichtje waren er ineens. Onverwacht. Ik dacht, dat kán niet! Het was echt superleuk”, zegt ze ontroerd.

Uren beeldbellen

Lisa had haar zus en nichtje, en ook haar moeder erg gemist. “Dat er geen bezoek mocht komen in het begin vond ik het ergste. Daar zouden ze de volgende keer iets op moeten verzinnen”, meent ze. Voor Lisa was beeldbellen geen goede oplossing vanwege haar spraakgebrek. “Ik kon mijn moeder en zus via beeldbellen zien, dat was fijn. Maar door mijn stem is beeldbellen niet ideaal.”


Voor Mayke was beeldbellen wél een goede oplossing. “Ik ging uren beeldbellen. Bijvoorbeeld met vrienden van het circus. En soms met mijn oma. Die heb ik geleerd hoe ze moet beeldbellen”, lacht ze.

Hoewel bezoek op den duur wel weer mocht komen en de dames inmiddels ook weer het huis uit mogen, is hun leven nog niet bij het oude. Zo mag Lisa nog niet aan het werk. “Ik vind het echt lang duren”, zegt ze. “Eerst zeiden ze drie weken. Maar het duurt veel langer. Ik hoop dat ik in oktober weer mag werken.” Mayke heeft meerdere baantjes. De meeste ervan zijn nog steeds niet begonnen, maar haar werk bij het circus kon tijdens de coronacrisis wel doorgaan. Mayke: “Ik kan goed steltlopen. En ik jongleer. We geven buiten, in speeltuinen, optredens. En voor de veiligheid houden we afstand.”

Like dit artikel | 150

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden