Beste lezer,

Dit is een speciale editie van de Dichtbij; een special over de coronacrisis waar we met zijn allen in zitten en waar we mee te maken hebben. We hebben verschillende mensen gevraagd te vertellen over wat dit voor hen heeft betekend; onder andere cliënten, medewerkers, vrijwilligers, cliëntvertegenwoordigers.

De interviews zijn afgenomen ten tijde van en net na de eerste coronagolf. Inmiddels zitten we in de tweede golf. Daarom wordt in een aantal artikelen gesproken over de periode na corona, na 1 oktober etc.

Ook willen we hierbij melden dat een groot aantal foto’s gemaakt zijn voor de coronacrisis, waardoor er geen 1,5 meter afstand is tussen personen.

Veel leesplezier!

Aan het roer tijdens een crisis

‘Sluiten is makkelijk, maar verantwoord opstarten is ingewikkeld’

Lees verder

Een kleine crisis komt vaker voor binnen De Twentse Zorgcentra. Zo was er een paar jaar geleden een uitbraak van het norovirus. Maar het coronavirus is anders en de crisis veel ernstiger. Hoe was dit voor Annamiek en Leontine, de raad van bestuur van De Twentse Zorgcentra?

Leontine: “Toen het coronavirus ook in Europa kwam, begonnen bij mij de kriebels. Eerst werd Italië getroffen en niet lang daarna dook het virus op in Brabant. Bij ons waren er nog geen besmettingen, maar toch gingen we achter de schermen aan de slag met het inrichten van de crisisorganisatie. Dat was maar goed ook, want het ging ineens erg snel. Landelijk kwamen er steeds meer maatregelen en wij namen onze eigen besluiten. Ik weet nog hoe ingrijpend ik het vond toen we besloten om de dagbestedingslocaties te sluiten en bezoek niet langer toe te staan.”

Persconferenties

Annamiek: “Ik kan me voorstellen dat het voor veel mensen in de organisatie voelde alsof het allemaal heel snel ging. Zeker omdat er binnen De Twentse Zorgcentra nog geen besmettingen waren. Maar die dreiging was er wel. We waren bang dat het coronavirus ook bij ons zou opduiken, met alle gevolgen van dien. Die spanning voelde ik in mijn hele lijf. Na de persconferentie in maart was het ineens crisis. Het was lastig dat onze sector niet genoemd werd in deze persconferenties. We moesten televisiekijken en zelf bepalen wat dit voor De Twentse Zorgcentra betekende. De richtlijnen voor ons kwamen pas later.”

Machteloos

Leontine: “Deze richtlijnen kwamen van de brancheorganisatie VGN. Als wij een besluit namen, legden we die naast deze richtlijnen om te kijken of we het goed hadden begrepen. Dat hielp ons. Maar we hebben ons ook machteloos gevoeld. Want wat als bewoners ziek werden? Wat konden we dan doen?


Inmiddels is er veel bekend over het coronavirus, maar dat was in het begin niet zo. We namen beslissingen ondanks veel onzekerheden. Beslissingen met gevolgen voor veel mensen: cliënten die hun normale routine moesten missen, medewerkers met een ander rooster, verwanten die niet op bezoek mochten.”

Intensieve periode

Annamiek: “Leontine en ik namen de besluiten niet alleen. In het begin werkten we met regioteams. Daarna, toen de intelligente lockdown kwam, was er één centraal crisisteam. Hierin zat bijvoorbeeld een zorgmanager, een arts, iemand van P&O en van communicatie, en de raad van bestuur.” Leontine: “Vanaf het begin dachten we dat deze crisis lang zou kunnen duren. Daarom werkten Annamiek en ik om en om aan de crisis. De een deed de normale werkzaamheden, de ander hield zich bezig met de crisis. Na een week ruilden we om. Zo konden we het volhouden.” Annamiek: “Niet alleen voor ons was het een intensieve periode; ook voor veel medewerkers was het zwaar. Iedereen was bekaf. Juist daarom vonden we het belangrijk dat medewerkers vakantie opnamen. Ook al konden veel vakanties naar het buitenland niet doorgaan, het is belangrijk om je rust te nemen.”

Thuis

Leontine: “Thuis voelde ik de spanning ook. Mijn vader is op leeftijd en dus kwetsbaar. En mijn twee pubers waren ineens thuis. Zij moesten hun leven aanpassen, want ze konden hun vrienden niet zien en niet meer hun bijbaantje doen. Gelukkig konden we daar goed over praten.” Annamiek: “Bij mij was er een ander soort druk: ik heb volwassen kinderen die ieder een eigen huishouding vormen. Ze mochten mij niet zien. Als er wat gebeurd was, kon ik niet dichtbij ze zijn. En toen ik hen na een paar maanden wel weer mocht zien, mocht ik hen geen knuffel geven. Ik vond dat zwaar en ook ingewikkeld. Natuurlijk konden we wel beeldbellen. Het is fijn dat beeldbellen bestaat, maar je mist de emotionele kant. Dat geldt ook voor ons werk: als je op locatie bent, zijn er spontane ontmoetingen. Die geven zoveel informatie en zingeving. Als je thuiswerkt, mis je dat.”

Tijd voor maatwerk

Annamiek: “Inmiddels zijn de meest zware weken voorbij, maar de crisis is nog niet afgelopen. We weten nu dat sluiten makkelijk is, maar dat verantwoord opstarten ingewikkeld is. Je kunt niet in een dag weer terug naar de oude situatie. Ook omdat veel maatregelen nog steeds gelden. Maar hoe regel je dagbesteding op anderhalve meter afstand? Dat moesten we uitzoeken. Net als veel andere dingen.” Leontine: “Het was mooi om te zien hoe snel iedereen zijn schouders eronder zette om dingen voor elkaar te krijgen. We deden het met elkaar en we stonden er met z’n allen. Maar de duur van de lockdown was ondragelijk. Veel cliënten hebben zich eenzaam gevoeld. Toen het aantal besmettingen in Nederland afnam, was er een kantelpunt. De ene groep was nog steeds voorzichtig, de andere groep wilde vooruit. In die fase past het regime zoals aan het begin van de coronacrisis niet meer.” Annamiek: “We zijn een organisatie waarbij de regie laag in de organisatie zit. Maar het was crisis en dat vroeg om een centrale vorm van regie. Inmiddels weten we veel meer van het virus. Daarom kan er nu maatwerk komen. We hopen niet meer op zo’n grote schaal dicht te hoeven. Een besmetting kunnen we niet voorkomen, maar als daar toch een keer sprake van is, kan alleen die locatie dicht.”

Leren van de ervaringen

Annamiek: “Er zijn een paar dingen die we bij een volgende crisis anders gaan doen. We willen bijvoorbeeld beter kijken naar de belangen en perspectieven van anderen. Nu werden de beslissingen bovenin genomen en was er geen vorm van inspraak. Maar onze wens is dat de regie zo lang mogelijk kan liggen bij de directe omgeving van de cliënt.” Leontine: “We willen leren van de ervaringen. Zowel van de slechte als de goede.” Annamiek: “Want er zijn ook goede ervaringen. Zo kwam een aantal bewoners tijdens de coronacrisis tot de ontdekking dat ze een andere vorm of ander ritme van dagbesteding fijner vinden. En sommige medewerkers vinden de nieuwe dienstenstructuur prettig: acht uur werken gaf hen rust en ritme. Zo heeft iedereen zijn eigen verhaal. Natuurlijk was het bovenal zwaar voor de meeste mensen, maar we nemen de wensen die zijn ontstaan serieus.”

Like dit artikel | 150

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden