LAAT ME BOOS ZIJN ALS IK BOOS BEN.

krinkel
HET VERHAAL

titel
Het vertellen van verhalen is zo oud als de weg naar Rome. De beste verhalen blijven bestaan omdat ze iets illustreren wat door de toehoorder belangrijk en waardevol wordt gevonden.
Ook bij De Twentse Zorgcentra doen prachtige verhalen de ronde, beschreven vanuit verschillende perspectieven, die we hier het podium geven dat ze verdienen. We willen hiermee graag een bijdrage leveren aan ‘het goede gesprek’.

Geef ook jouw mening, reageer op anderen en ga online met elkaar in goed gesprek.
DTZCVERHALEN.NL

Lees daar ook het verhaal van Silvia: Onlangs kwam Silvia de keuken in: ‘Ik wil koffie hebben’, had ze gezegd. Toen ze vijf jaar geleden kwam wonen bij De Twentse Zorgcentra was dat nog anders. Toen zat ze 24 uur per dag op haar bed, vast in de Zweedse band…
HET VERHAAL VAN SILVIA

titel rechts

Monique nu: ruimte om boos te kunnen zijn
Monique is 48 jaar oud. Ze kijkt vrolijk de wereld in. Ze vindt het prettig om bij haar huisgenoten te zijn en ook weer weg te kunnen als ze er genoeg van heeft. Als er (nieuwe) mensen langs komen, reageert ze enthousiast en weet ze precies in te schatten of iemand ‘nieuwe kleren’ heeft. Ze laat haar boek zien met foto’s van zichzelf, haar familie, Jan Smit en andere favorieten.

Er zijn momenten in haar leven dat het lawaai teveel voor haar is, of dat ze het allemaal niet bijhoudt. Dan kan ze soms de controle verliezen en heeft ze de neiging op haar handen te bijten, zichzelf de haren uit te trekken en met haar hoofd te gaan bonken. Als dat eraan zit te komen, krijgt ze tegenwoordig het kussentje van Jan Smit en wordt ze aangemoedigd om met het kussentje op de grond te slaan. Na verloop van tijd lijkt de boosheid tot bedaren te komen en komt Monique weer tot rust. Ze verwondt zich zelf eigenlijk nauwelijks meer.

Monique ‘toen’: fixeren
Voorheen was de eerste reactie van begeleiders: ‘Doe maar gewoon’ en ‘laten we maar snel weer vrolijk zijn’. Er werd geprobeerd om die boosheid zo snel mogelijk te smoren uit angst om de controle te verliezen, uit angst voor de reactie van de andere begeleiders, uit angst ’dat Monique zich een schedelbreuk zou bonken’. Als dat niet lukte en als ze doorging met bonken, werd Monique gefixeerd door de aanwezige begeleider…
TERUG  LEES HET HELE VERHAAL


Wat betekent de verandering
voor Monique?

Ik vertel mijn verhaal met hulp van mijn begeleider. Ik kan meer dan vroeger mijn eigen gang gaan. Ik heb meer energie voor de dingen die ik fijn vind en die belangrijk voor me zijn. Ik heb weer meer contact met andere mensen, dat is gezellig.

Soms lukt het me gewoon niet om datgene te doen dat jullie van me verlangen, dan krijg ik daar hulp bij. Dat is prettig, dan hoef ik niet alles alleen te doen als ik me toch al niet zo lekker voel.

Begeleiders begrijpen mij beter, en ik begrijp hen beter. Samen hebben we het nu leuk. Ook als ik niet zo lekker in m’n vel zit. Dan zijn ze er wel voor me en voel ik me begrepen. Dan mag dat stukje van mij er ook zijn.

TERUG


Ze is graag onder de mensen.
Dat is belangrijk voor haar.

Bij de POP-gesprekken kwam aan de orde dat ze die fixaties wilden afbouwen. Toen hebben we er echt met elkaar over zitten praten.
Samen zitten zoeken naar wat er zou kunnen.

Monique heeft meer plezier. Ze is ontspannener. Ze bijt minder op haar handen. De huid van haar hand en haar gezicht is mooier. Ze heeft minder last van wonden. Voorheen was haar huid soms helemaal bedekt met wonden.

Monique is supersociaal. Ze zoekt nu weer meer dat contact op met huisgenoten. Ze eet weer mee. Zo hoort het ook. Monique geniet nu weer van het contact. Ze is een gezelschapsdier. Ze is graag onder de mensen.
Dat is belangrijk voor haar.

 

 

TERUG


Als Monique zichzelf ging verwonden, fixeerden we haar. Het was heel naar om te zien. We waren bang dat ze zichzelf een schedelbreuk zou bonken. 

Je was bang dat je de controle verloor. Je was bang voor de reactie van de andere cliënten, die onherroepelijk zou komen. Dus je probeerde de boosheid te negeren: “Doe maar gewoon. Er is niets aan de hand. Laten we snel weer vrolijk zijn”. Nu mag die boosheid er veel meer zijn. We hebben meer vertrouwen gekregen in Monique. Eigenlijk wil ze zelf ook wel stoppen met automutileren, maar het lukt haar soms gewoon niet. Dan is de frustratie te groot.

Mijn collega Annemarie vertelt: “Ik heb een periode gehad dat ik echt met haar in een negatieve spiraal terecht was gekomen. Dan kwam ik op mijn werk en dacht ik al wat gaat er vandaag weer allemaal gebeuren. Alles in de dienst, elke dienst opnieuw, was reden voor haar om te gaan automutileren (automutilatie = zelfbeschadiging). Terwijl we ook echt blij waren om elkaar te zien. Daar werd ik heel erg gefrustreerd van, zo erg dat ik er echt over dacht om bij een andere woning te gaan werken”.

We staan als team nu weer meer op één lijn. We hebben er weer zin en helpen elkaar. Eerder moest je als begeleider echt zorgen dat je het allemaal zelf deed. Ook als je er op sommige momenten niet zo uitkwam met Monique. Nu is het meer dat je elkaar ook ondersteunt. Dat als je er een keer niet uitkomt met Monique, dat iemand even voor je inspringt.

TERUG
Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden